Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Zo veelbewogen als de Parijse escapades met haar jongere minnaar een uur geleden nog waren, zo stil zat Tilda Swinton nu, in het pikkedonker van een bioscoopzaaltje. Ze keek roerloos voor zich uit terwijl fotograaf Niels Schumm van het fotografenduo Blommers & Schumm minutenlang strepen van licht over haar gezicht trok met een zaklamp.

Twintig keer minder vaak dan gebruikelijk bij een photo shoot, zei een camera ‘klik’. Enter slow photography.

Alleen daar waar de zaklamp was geweest, tonen de foto’s Swintons gezicht. Het levert prachtig verstild, zelfs ietwat voyeuristisch beeld op voor het Franse modeblad Obsession. Swinton had het een verfrissende ervaring gevonden. Blij om eens niet vanuit een moeilijk gekunstelde pose in de lens te hoeven kijken. “Soms pakken portretten anders dan anders uit, niet alleen door de techniek die je gebruikt, maar ook door de ongebruikelijkheid van wat je doet”, vertelt de andere helft van het duo, fotografe Anuschka Blommers. “Mensen staan meer open.”

Vernieuwers

Opdrachtgevers vinden hun werk vernieuwend. Het Nieuwe Instituut nam ze op in het Tijdelijk Modemuseum omdat ze ‘voortdurend de status quo van de modefotografie en de representatie van het lichaam’ ondervragen. Modeblogs vieren hun sexy inslag. Maar Blommers en Schumm zelf vinden ‘vernieuwen’ maar een suspect streven. Op modegebied is er geen enkele status quo die hen ooit wakker hield. En ze bewaren liefst een gepaste afstand tot seks. Toen het erotische culttijdschrift Baron Magazine vroeg of Blommers en Schumm geen naaktstudies van elkaar konden maken, leverden ze een suggestief uitgelichte hal, IKEA-lamp en opengeslagen boek.

Het succesvolle modefotografenduo heeft niet eens een speciale interesse in mode. Schumm: “Als iemand aan mij vraagt wat doe je, zeg ik fotografie. Oh eh, bruiloften? Nee dat net niet.” Blommers: “Mode is gewoon een ding wat we gebruiken. Het is niet iets wat we willen uitdragen ofzo.” Beide gekleed in grijs katoenen V-hals shirt en donkerblauwe joggingbroek, verbaast die uitspraak minder dan je zou denken.

Vernieuwing, spanning en bevraging: het zijn enkel bijproducten van Blommers & Schumm’s échte ambitie: de fotografie interessant houden. Voor henzelf. Dan ga je dus niet maken wat je elders al zag, of eindeloos eigen projecten herhalen. En opdrachten interpreteer je zo ruim mogelijk. “Dat is het. Er is geen plan. Er is zelfs niet eens echt een methode”, zegt Schumm opgeruimd. Alleen een verloop. En gelukkig is dat sinds hun samenkomst in 1996, een succesvol verloop geweest. Inmiddels zijn Blommers en Schumm vergroeid. Ze doen niks voor zichzelf. Dat gaat niet meer. Blommers: “Laatst moest ik portretjes maken op de school van mijn zoontje. Ik dacht echt: hoe werkt die camera ook alweer?” “Hoeft ze ook niet te weten”, valt Schumm bij. “Anuschka drukt op het knopje.”

Inspirerende baby’s

Eerder hadden Blommers en Schumm al eens een theatergezelschap in Frankfurt uitgelicht met zaklampen, maar de lampjesvondst kent zijn oorsprong in een opdracht van het kindermodeblad Kid’s Wear. Het idee: hun elf-maanden-oude baby’s slapend vastleggen in de hipste baby wear. Wakker zijn ze zo bewegelijk. “Ga er maar aan staan!” zegt Schumm. “Één flits en het grut is weer bij.” Totdat Schumm de alertheid der baby’s wist te omzeilen met het lampje van een iPhone. Het leverde boeiend beeld op – door sommigen omschreven als morbide, weer anderen spreken van angstaanjagend mooi. Een toevalstreffer.

Of toch niet? Schumm vond wel meer oplossingen om springerige telgen tóch vast te leggen, oplossingen die steeds hun weg weer vonden in de, zo je wilt, volwassen-mensen-fotografie.

Kinderen fotograferen in het bos gaat beter als ze slapen. Later volgde een serie met volwassen modellen slapend in het bos. Onstuimig kroost kun je ook gewoon vasthouden. Letterlijk. Aldus ging Schumm met ze mee de foto op, gehuld in een zwarte full body suit. Die vinding bleek later eveneens goed te werken met volwassen modellen.

Zie hier de interne mechanismen van Blommers en Schumm. Schumm kan eindeloos nerden op camera-instellingen en andere constructen. Zijn stem gaat een octaaf omhoog bij het spreken over de subtiele optische illusie van een onmogelijke kubus of het vastleggen van complexe bouwsels van kantoorartikelen. “Ik ga net zo lang door totdat mensen zien dat het niet gephotoshopped is!” Schumm geniet van de uitdaging van een extreem kleine druppel of het eindeloos puzzelen op de naadloze aansluiting van vrouwenbovenlichamen op mannelijke onderstukken – zie de serie ‘The Best of Both’, ook voor Baron Magazine.

Fotodocu’s

Blommers is meer van het contact met mensen. Van het kijken achter de façade, het verhaal achter de fenomenen, van emoties zoals verlangen, van het juiste moment. Dat leidde in het begin van Blommers en Schumm tot ijzersterke modefoto’s van mensen die helemaal geen model waren – zoals Schumms broer of Blommers vader. Blommers: “Dat was in 1998 voor een high-end fashion blad als SelfService eigenlijk ondenkbaar.” Later bivakkeerde het duo wel dagenlang op modelleneiland La Palma, kijken wat dat oplevert. Blommers: “Je probeert toch een andere ingang tot de modellen te vinden.” Of ze bezochten een modellenschool, waar ze alle meisjes vastlegden die werden opgeleid tot model. Blommers: “Een totaal bizarre ervaring. Je ziet ook aan die meisjes dat ze eigenlijk helemaal geen model kunnen worden.”

De school stond in Griekenland, waar Blommers elke zomer kwam met haar ouders. Blommers en Schumm werken graag met het bekende, of op bekend terrein. “En daarbuiten is dan die andere wereld. Ons werk bestaat uit de toevallige combinaties die plaatsvinden tussen beiden.”

Athene schijnt overigens hele flats vol aspirant-modellen te herbergen. Bulgarije en Rusland mogelijk ook. Blommers: “Deze randverschijnselen van de modewereld fascineren mij enorm.” Fotoseries kunnen een documentaire functie vervullen. En binnen de modewereld zelf weet men vaak niet dat al deze andere ‘modewerelden’ ook nog bestaan. “Het is een wonderlijk gegeven dat per ‘echt’ model dat voor onze camera verschijnt, er honderden zo niet duizenden meisjes zijn die het wilden worden, maar het niet haalden. Waar zijn ze? Wie zijn zij?”

 

Interview: Tamar Stelling

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.