Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Aansluiting bij de actuele cultuur

Met deze strategie sluit de collectie SLOBBE VAN BENTHUM aan bij een ontwikkeling die zich inmiddels op meerdere plekken in de actuele cultuur openbaart, en die al vroeg in beeld werd gebracht door de Franse cineaste Agnès Varda. Haar portret van de sprokkelaars van de welvaartsmaatschappij (Les Glaneurs et la glaneuse, een documentaire uit 2000) volgt de mensen die na de oogst het veld intrekken voor de vergeten korenaren, of bij de keuken van het restaurant zorgvuldig de restjes verzamelen en hergebruiken. Zeker in kringen van jonge ontwerpers is deze reactie op overproductie een inspiratiebron geworden voor projecten die zij graag als ‘social design’ aanduiden. Recycling en upcycling zijn hierbij beproefde methoden. Of ze nu de imperfectie van de zogenoemde B-kwaliteit producten uit de keramische industrie omarmen, of het pragmatisme van de illegale bouwsels in de favela’s bewonderen; het is duidelijk dat de ‘spills’ van de extreem geperfectioneerde westerse industrie een vruchtbaar vertrekpunt bieden.

Te makkelijk krijgen dergelijke projecten het predikaat opgeplakt van fundamentele kritiek op de bestaande productie- en consumptiesystemen. Alsof iedere vorm van strandjutten een protest zou zijn tegen de verkwistende goederenstromen van de  wereldhandel. Maar anderzijds toont een gedegen analyse van het systeem, zoals Van Benthum en Van Slobbe dat in de modesector hebben gedaan, wel degelijk de kansen voor een tegenbeweging.

Waar de Mango’s en de H&M’s versnelling najagen en daarbij verspilling op de koop toenemen, concentreren de ontwerpers zich op de restanten die daar achterblijven. Zij kijken naar de onbenutte mogelijkheden van de overschotten in de productieketen die, om de markt te beschermen, op grote schaal worden vernietigd. Omdat de kosten van de basisstukken laag zijn – die zijn immers bedongen door de ketens – kan er een goed product ontstaan dat een duidelijke ontwerpsignatuur draagt en toch prijstechnisch interessant is voor een brede groep geïnteresseerden. De ketens hebben al garant gestaan voor de kwaliteitscontrole en dus kan de koper erop vertrouwen dat het stuk weliswaar te goedkoop, maar onder fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en met ‘schone’ materialen is gemaakt. Omdat VAN SLOBBE VAN BENTHUM de stukken in beperkte oplagen aanbiedt, is bovendien de uniciteit van elk product gewaarborgd.

VAN SLOBBE VAN BENTHUM ontwikkelt collecties met deze verloren producten en reageert daarmee eigenlijk op het modebeeld dat de beide naamgevers via hun onafhankelijke labels mede zelf vormgaven, dat vervolgens door de fast fashion merken werd bewerkt en in productie genomen, en dat nu – via herinterpretatie – een nieuwe signatuur krijgt en in de modeketen terugkeert. De kopie uit het circuit van de snelle mode transformeert tot een nieuw origineel. Anders geformuleerd: de ontwerpers nemen hun eigen werk terug uit de collecties van de fast fashion ketens; niet als een museaal kunstproject, maar als een puur zakelijke propositie. 

Gert Staal

 

 

Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.