Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Alle verhalen van deze tentoonstelling zijn terug te lezen in de speciale krant die op de pallet aan het begin van de tentoonstelling te vinden is. Hieronder korte inleidingen per onderdeel. 

Het Huis (1945-1955)

In de naoorlogse nieuwbouwwijken eigent de Nederlandse huisvrouw zich het actuele modebeeld van de Parijse salons toe. Met haar zelfgemaakte Dior loopt zij al ver vooruit op de huidige industriële praktijk, waarbij high fashion en massamode samenvallen.

 

 

De Dijk en Het Plein (1955-1965)

In Nederland ontstaat als verzet tegen het kleinburgerlijke milieu een nieuwe jeugdcultuur. In Amsterdam zijn de Nieuwendijk en het Leidseplein de publieke locaties voor twee verschillende jeugdbewegingen. 

De Straat (1965-1975)

Straatmarkten en tweedehands-winkels introduceren een ready-made alternatief voor de Nederlandse zelfmaakmode. Mode ontstaat nu letterlijk op straat; niet door internationale couture te imiteren, maar door bestaande kledingstukken op eigenzinnige wijze te combineren met de stad als publieke catwalk. 

De Markt (1975-1992)

De geëmancipeerde en egalitaire Nederlandse cultuur zorgt ervoor dat er een nieuwe verbinding kan ontstaan tussen het atelier van de ontwerper en de wensen van het publiek. 

De Gekraakte Stad (1975-1985)

In de tien jaar tijd waarin de kraakbeweging zich de openbare ruimte toeeigent, wordt een gecodeerde kledingstijl ontwikkeld met specifieke kenmerken, zoals de afgeknipte leren legerjas. 

De Club (1980-1995)

De Nederlandse clubscene speelt met geïmproviseerde outfits expliciet met gendercodes en taboes. Uitgaan wordt een performance en de club een vrijplaats ten opzichte van de beperkingen van de straat. 

De School (1995 - 2005)

Gevoed door een uitzonderlijk subsidiesysteem doet zich in Nederland de kans voor om mode als een culturele discipline te benaderen. 

Het Scherm (2005 – heden)

In de gedemocratiseerde ruimte van het internet – waar het beeld dominant en universeel geldig is – ontwikkelen Nederlandse ontwerpers én dragers nieuwe culturele en economische modellen. 

Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.