Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

Steeds nadrukkelijker houden ontwerpers rekening met het feit dat het ontworpen product uiteindelijk weer gerecycled zal worden tot een nieuwe grondstof. Ook in de mode. Dit design4recyling principe is gebaseerd op richtlijnen die aangeven waar je rekening mee moet houden bij het ontwerpen, zodat het product volledig gerecycled kan worden.

Tenslotte zijn er ontwerpers die een bijna politieke daad stellen door zich als hacker te gedragen en daarmee de enorme berg van onverkochte stukken te lijf gaan. Deze zogenaamde dead stock  is voor hen een basis. Ze passen een ontwerp aan of versieren het zodat het alsnog aantrekkelijk wordt om te verkopen. Op deze manier wordt voorkomen dat ongedragen kleding zo weer in de afvalbak verdwijnt, maar toch een leven kan krijgen bij de consument. Zie het project Hacked van Van Slobbe Van Benthum.

In de Nederlandse vezelproductie en plantenteelt is een sterk circulaire beweging op gang gekomen. Er is een besef gegroeid dat vlas en hennep ten opzichte van katoen veel klimaatneutraler zijn, en dat deze gewassen bovendien tot diep in de negentiende eeuw populair waren als basis voor linnen en canvas. Het heeft geleid tot een Green Deal waarbij het ministerie van Economische Zaken in samenwerking met bedrijven en onderwijsinstellingen inzet op de teelt en verwerking van hennep. Niet alleen worden boeren aangemoedigd om hennep te verbouwen, het streven is ook om alle delen van de plant te gebruiken: deels als textielvezel, deels als veevoer, deels als isolatiemateriaal voor de bouw en wat dan nog overblijft gebruikt men in composietmaterialen.

IV De oplossingen van de technologie

Vaak wordt gedacht dat natuurlijke materialen duurzamer zijn dan synthetische omdat ze zijn gemaakt van grondstoffen die zichzelf weer aanvullen. Toch kan ook de ontwikkeling van nieuwe, slimme materialen op een innovatieve wijze bijdragen aan het verduurzamen van de kledingindustrie. En kan de combinatie van nieuwe textieltechnologie en ICT het productieproces van kleding efficiënter maken.

Zo heeft Teijin op basis van mimicry een gekleurd garen ontwikkeld dat niet geverfd hoeft te worden en dus het watergebruik reduceert. Dit Morphotex garen is geïnspireerd op de vleugels van de Morphovlinder uit het Amazonewoud. Tijdens het vliegen lijkt de vlinder te verdwijnen in de blauwe lucht. Zijn glanzende felblauwe kleur dankt de vlinder niet aan een pigment, maar aan microscopische klein schubben op de vleugels die licht weerkaatsen. Tejin ontwikkelde voor Morphotex eenzelfde interactie van het licht met het oppervlak en de structuur van de vezel. (O’Mahony 2013: 179). De Lenzing Group ontwikkelde Tencel uit houtpulp waarbij nanotechnologie wordt toegepast. En Schoeler Spinning Group bracht garenmengingen van merinowol met inox (roestvrijstaal) op de markt die stoffen sterker en slijtvaster maken, zodat ze langer meekunnen. (O’Mahony 2013: 180). Dergelijke nieuwe stoffen onderscheiden zich door een nieuwe esthetiek en nieuwe materiaaleigenschappen. Ontwerper Jef Montes probeert de schoonheid van technische stoffen, meestal ook gemaakt voor technische toepassingen, te ontdekken en verwerkt ze in zijn couture.  

Dat biologische processen kunnen helpen bij het verduurzamen van het modesysteem, wordt onder meer zichtbaar in het werk van Suzanne Lee. Jarenlang werkte zij aan het ontwikkelen van een lederachtige stof van het laagje cellulose dat op thee gaat drijven. Planten en bacteriën kunnen tevens helpen bij het duurzamer kleuren van stof. Op een fundamenteler niveau denkt Carole Collet na over de inzet van gentechnologie om kleding en stof te laten groeien aan een plant. (Teunissen 2014:33)

Het samenspel tussen duurzaam denken en technologie veroorzaakt ook radicale veranderingen in het traditionele maakproces – het werken vanuit een tekening naar patroon en het in elkaar stikken van kleding met behulp van een naaimachine. De 3D printer, die zich almaar verder ontwikkelt, is daarvan een goed voorbeeld. Op dit moment wordt er getest met 3D printers, zoals bijvoorbeeld de electroloom, die textielvezels kunnen printen. Daarnaast wordt er geëxperimenteerd met maakprocessen waarbij een 3D scan het lichaam opmeet en er vervolgens een mal wordt gemaakt. Die dient om kleding op maat te maken zonder dat daar een naaimachine of een klassiek patroon aan te pas komt. Li Edelkoort voorspelde onlangs een toekomst waarin mensen op een open source platform patronen downloaden waarmee zij hun eigen Dior-jurk kunnen maken. Zo keren we terug bij de nostalgie van de zelfmaakmode, die dit maal op maat is gemaakt.

De technologische innovaties hebben niet alleen invloed op duurzaamheid,  ze beïnvloeden ook de communicatie en betekenis van mode en kleren. Een belangrijke rol is weggelegd voor technologisch geavanceerde stoffen (zogenaamde smart materials) die bijvoorbeeld temperatuur meten, emotie in kleur zichtbaar maken, of reageren op externe factoren als luchtkwaliteit. Zo onderzoekt Pauline van Dongen bijvoorbeeld hoe licht in kleding op elkaar gaat reageren wanneer een groep joggers samen traint.

De slimme eigenschappen van stoffen veranderen de relatie van de drager tot zijn kleding, en daarmee de betekenis van die kleding. Ze versterken het lichaam door de bewegingen te ondersteunen of ze maken de drager (en de toeschouwer) bewust van de lichaamsconditie of van onzichtbare invloeden in de buitenwereld. De vraag is of we onszelf met deze wearables nog zullen kleden om onze omgeving te tonen wie we als individu zijn, of dat we via onze kleding met mensen zullen interacteren. Kleding kan een cocon worden waarin we communiceren met iemand die elders vertoeft, of juist met onszelf omdat de kleding ons permanent confronteert met ons eigen lichaam en met de oprispingen, temperaturen en chemische processen die het registreert. Deze Smart Fashion zal net als de ideeën van Slow Fashion en de circulaire economie de toekomstige invulling van het begrip mode gaan bepalen. De droomwereld van magie en glamour die de grote modemerken, modeshows en modebladen de toeschouwer vandaag de dag nog voorschotelen, zal door al deze nieuwe bewegingen achterhaald raken. Terwijl de tastbare, concrete dimensie van mode, de ambachtelijke kracht ervan, de tijdloze en duurzame aspecten ervan terrein zullen winnen.

Verantwoording

Dit artikel is een uitwerking van het onderzoek dat voor de tentoonstelling Fashion Data werd verricht. Daarnaast is gebruik gemaakt van de resultaten die eerder gebundeld werden in de publicatie A Fashion Odyssey (ArtEZ Press, 2013). 

Literatuur:

Banz, Claudia en Schulze, Sabine Fast FashionHamburg, Museum fur Kunst und Gewerbe, 2015.

Black, Sandy Eco-chic The Fashion ParadoxLondon, Black Dog Publishing, 2008.

Brand, Jan en Teunissen, José A Fashion OdysseyArnhem ArtEZ Press, 2013.

Clark, Hazel, ‘SLOW + FASHION – an Oxymoron – or a promise for the Future?’ in Fashion Theory, deel. 12, nr 4, 2008, pp. 427-446.

Lipovetsky, Gilles ‘Moderne Luxe, Postmoderne Luxe’  in (ed.) Jan Brand, José Teunissen.

Mode & Accessoires. Arnhem, ArtEZ Press & Terra. 2007 pp 28-41.

Scheffer, Michiel, “Problemen en de aanpak ervan,’ in (ed) Jan Brand, José Teunissen, Fashion Odyssey. Arnhem ArtEZ Press, 2013, pp86-106)

Teunissen, José, Mode in Nederland. Arnhem, Terra, 2006.

Teunissen, José, ‘The Future of Fashion is Now,’ in (ed) Jan Brand, Jose Teunissen The Future of Fashion is Now. Rotterdam, Boijmans. 2014 pp 12-26.

Hendriksz Vivian, 'De dood van de mode leidt tot honger naar iets nieuws: de emancipatie van alles.'

RVO, Routekaart Tapijt, 2012.

 

Cijfers:

Uit Claudia Banz, Sabine Schulze,  Fast FashionHamburg, Museum fur Kunst und Gewerbe, 2015

http://www.cpb.nl/cijfers

https://www.oneworld.nl/water/sta-droog,

http://www.greenpeace.nl/Global/nederland/report/2011/DirtyLaundry_LR.pdf

Met dank aan Modint, Matthijs Crietee

Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.