Bonte strepen, ruiten en kleurvlekken die in elkaar overlopen, welkom in het universum van Liselore Frowijn.

Lang voordat een kledingstuk een ontwerp heeft, heeft het bij Frowijn al een stof en een print. En die maakt ze liefst zelf. Hoe? Frowijn: “In mijn geval door heel veel te schilderen en tekenen op stoffen.” In Het Tijdelijk Modemuseum richtte Frowijn een kijkdoos in met haar werk. Daar laat ze onder andere een oranje lycra bodysuit zien, waar met permanent markers een grillig jaarringpatroon op gestift is. “Maar ik zeefdruk ook op stof, ik verf zijde in met textielverf, ik haak, ik brei, ik borduur..” Een andere, oorspronkelijk witte kijkdoosjas, lijkt dankbaar slachtoffer van een graffitibom. En een tentoongestelde zijden rok is kunstig geborduurd en behangen met fonkelende pailletten, als de schubben van een vis. “Ik knip ook graag patronen uit plastic folie of zijde, die ik dan op een ander materiaal pers.” De laatste tijd zijn Frowijns ontwerpen erg geometrisch.

Bloedheet

En zoals ze haar materiaal laag voor laag opbouwt, zo gaat het ook met elke individuele volledige outfit – ze noemt ze wel ‘collages’. Dit zorgt voor een grappige tegenstelling in Frowijns kleding. “Ik maak graag gebruik van mooie materialen als zijde.” Het heeft enerzijds een luxe uitstraling, en ook comfortabel – alles is zo wijds. Het oogt even draagbaar als een Japanse kimono of Indiase salwar kameez. Anderzijds kent een outfitcollage zoveel catsuits, gebreide jurken en dubbele jassen: het ziet er bloedheet uit. Frowijn: “Ja, vroeg werk heb ik echt gezien als een manier om mijn handschrift kenbaar te maken. Nu merk ik dat mijn collecties steeds draagbaarder en verkoopbaarder worden.” Dat moet ook wel, nu het merk Liselore Frowijn in de winkels komt te hangen. Een lang gekoesterde droom. Dries van Noten achterna. “Maar het kost een paar seizoenen voordat je doorhebt hoe je dat aanpakt.”

Los van fysiek comfort, tovert een Frowijn je ook echt wel om tot een paradijsvogel. “Haha, ja, dus of je je comfortabel voelt in een Frowijn, dat is weer een tweede. Toch ga ik er wel voor dat vrouwen zich heel mooi voelen in mijn werk. Zelfverzekerd, heel krachtig of juist relax –dat het iets toevoegt aan hun gemoedstoestand.” Wat dan? “Optimisme?

"Je hoeft jezelf niet heel wat te wanen, maar vergeet ook vooral niet om grote dromen te dromen. En energie, om net datgene te doen waar je tegenaan zit te hikken.”

Voor Frowijn geen hangdagen, geen films op de bank. “Nee, meer die schop onder de kont.” Heb je dat zelf nodig? “Nou ik heb zeker dagen waarop ik geen zin heb, maar mijn liefde voor die energie komt eerder voort uit de waardering voor dat gevoel – voor die dagen dat er wel veel uit je handen komt! Die zijn veel leuker. Daar kan ik echt van genieten, dat je er alles uithaalt. Dat wil ik mensen meegeven met mijn kleding.”

 

Tamar Stelling

Liselore Frowijn over View on Fashion, het Tijdelijk Modemuseum

Lieselore Frowijn, View on Fashion II
Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.