Het Tijdelijk Modemuseum wordt gepresenteerd als een onderzoek naar wat een Nederlands modemuseum zou kunnen zijn. Welke modegeschiedenis hoort daar bij?

Volgens mij moet je de Nederlandse mode niet terug willen brengen tot een opeenvolging van modeontwerpers zoals Dick Holthaus, Frans Molenaar, Jan Arends, Fong Leng, Viktor & Rolf en Bas Kosters. Ik heb groot respect voor hun talent, maar vind het in de context
 van een publieke ruimte als Het Nieuwe Instituut interessanter om te kijken hoe mode zich heeft ontwikkeld in de egalitaire en homogene samenleving die Nederland tot de jaren zeventig wenste te zijn. We stellen in het Tijdelijk Modemuseum bijvoorbeeld de rol van het kledingstuk aan de orde aan de hand van een aantal ruimtes. In de jaren vijftig is dat het huis, met de huisvrouw die van daaruit haar bijdrage levert aan de nieuwe verzorgingsstaat. In de jaren zestig komt de popcultuur op en wordt de straat een publiek theater. In de jaren zeventig doet met de tweedehandskleding de collage zijn intrede in de mode. Dit zijn allemaal uitingen van een gedemocratiseerde vorm van mode. Vervolgens zie je de opkomst van de markt en vertaalt de democratisering zich in een prijs; kleding wordt goedkoper en steeds ruimer beschikbaar. En tegenwoordig uit de democratisering zich in de toegankelijkheid van het beeld. Al die periodes koppelen we steeds aan een ruimte, van de straat in de jaren zeventig, naar de disco van de jaren tachtig, naar het scherm van de jaren negentig en het laboratorium van vandaag. Ons verhaal over de Nederlandse mode gaat niet uitsluitend over ontwerpers of merken; het gaat ook over het lichaam, het kledingstuk zelf, de publieke ruimte en het gaat over jou, de gebruiker.

Interview door Lotte Haagsma

Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.