De toekomst van de cybercouture is nu

Deleuze en Guattari beweren dat het lichaam voortdurend is onderworpen aan vooraf gegeven vormen, functies en betekenissen (1987: 161); dit is nu juist heel vaak het geval als het om de mode gaat. De cybercouture van Pauline van Dongen, Iris van Herpen en Bart Hess duidt daarentegen op mogelijkheden om het menselijk lichaam te des-organiseren, te de-construeren en te de-territorialiseren. In hun experiment met vorm en materie roepen zij op tot een andere relatie tot het vrouwelijke of mannelijke lichaam. Door nieuwe silhouetten te vormen produceren ze lichamen-zonder-organen, dat wil zeggen een lichaam dat een proces van voortdurende wording ondergaat.

Pauline van Dongen, Iris van Herpen en Bart Hess delen een intense liefde voor ambacht en vakmanschap: ieder van hen houdt zich graag bezig met de stoffelijkheid van weefsels en texturen. Volgens mij is de hernieuwde aandacht voor ambacht en vakmanschap nauw verbonden met de technologische wereld waarin wij leven. Zoals Richard Sennett schrijft: ‘[…] technisch inzicht ontwikkelt zich via de kracht van de verbeelding’ (2008: 10). De ambachtelijke kwaliteiten die deel uitmaken van ambachtelijkheid brengen de technologieën binnen het bereik van onze handen, waardoor de hightech-wereld menselijker en toegankelijker wordt. Waar het voor Sennett onmogelijk of utopisch lijkt dat vakmensen op productieve wijze met machines werken (2008: 118), combineren de Nederlandse ontwerpers vakmanschap juist graag met technologie; het is niet zo dat het een het ander uitsluit – nee, ze gaan juist hand in hand. Hier kunnen we teruggrijpen naar de oorspronkelijke Griekse betekenis van het woord techne: kunst, vaardigheid, ambacht. De nadruk op vakmanschap verraadt een nieuwe belangstelling voor de stoffelijkheid van materie in een hightech-wereld van virtuele technologieën (Barrett en Bolt, 2012). Terwijl Van Dongen, Van Herpen en Hess zich allereerst richten op de stoffelijkheid van weefsels, zijn ze als modeontwerpers ook geïnteresseerd in de stoffelijkheid van de menselijke huid en het menselijk lichaam.

De notie van stoffelijkheid maakt het mogelijk om ons te richten op de feitelijke materie van technologie en hoe onze – materiële – lichamen zich, dikwijls op intieme wijze, verhouden tot de technische objecten die onze kleding en onszelf uitbreiden (zie voor een inleiding op dit ‘nieuwe materialisme’, Rocamora en Smelik, 2015). Er is geen twijfel dat technologische innovaties een grote invloed zullen hebben op de betekenis en communicatie van kleding en mode. Als modieuze technologie temperatuur, chemische processen of vitale functies kan meten, bewegingen en posities kan 'voelen', of expressieve kwaliteiten kan hebben, zal de relatie van de drager tot zichzelf veranderen alsook de communicatie met anderen.

Het feit dat kleding op het lichaam wordt gedragen vergroot de noodzaak om rekening te houden met de materialiteit van het lichaam.

Misschien kan de modieuze technologie manieren ontwikkelen waarop de tactiliteit en sensitiviteit van het lichaam in het ontwerp worden geïntegreerd. Dit is waar de futuristische ontwerpen van Van Dongen, Van Herpen en Hess ons kunnen helpen om identiteit in nieuwe richtingen te vormen en te veranderen.

Pauline van Dongen, Iris van Herpen en Bart Hess bewegen zich tussen kunst, mode en technologie. Ze experimenteren met de manieren waarop we onze lichamen kunnen vormgeven of onze identiteit kunnen uitdragen. Met hun cybercouture delen ze een futuristische visie op een toekomst die verder gaat dan conventionele mode. Het is duidelijk dat ze ons uit de comfortzone van onze kledingkasten naar een fantasiewereld leiden. Ze scheppen er plezier in de grenzen tussen mens en cyborg of tussen mens en dier te verwarren. Maar ze verschuiven ook de dubbelzinnige grenzen tussen huid en textiel, tussen het organische en het technologische, en tussen het materiële en het virtuele. In hun gedeelde fascinatie voor het oprekken van de grenzen van het menselijk lichaam verleiden ze de kijker of drager om zijn of haar identiteit op het spel te zetten. Dit spel met identiteit is – in navolging van Deleuze en Guattari – te begrijpen als een proces van worden. Dit is waar de kracht van de notie van het lichaam-zonder-organen in het spel komt. De cybercouture van Pauline van Dongen, Iris van Herpen en Bart Hess maken – al is het voorwaardelijk en tijdelijk – de centrale organisatie van het lichaam ongedaan. Het fascinerende werk van deze ontwerpers toont hoe identiteit vloeiender en flexibeler kan worden, al is het maar voor eventjes (Smelik, 2015). Deze drie Nederlandse ontwerpers vragen ons mee te gaan in de fusie van kunst, mode en draagbare technologie, en nemen ons op die manier mee in het transformatieve proces van het worden. De vreemde vormen, stoffen en materialen nodigen uit tot een reflectie op nieuwe vormen van belichaming en menselijke identiteit. Door een ontmoeting mogelijk te maken tussen mode en technologie, geeft cybercouture het menselijk lichaam opnieuw vorm, voorbij zijn eindige contouren. Zo biedt cybercouture een opening naar een toekomstige wereld waarin kleding is versmolten met de menselijke huid, lichaam en identiteit.

Bibliografie

Barrett, E. and B. Bolt (red.) (2012) Carnal Knowledge: Towards a ‘New Materialism’ through the Arts, London: I.B. Tauris.

Bloemberg, N. (red.) (2011) Het Nieuwe Ambacht: Iris van Herpen en Haar Inspiratie (‘A New Craft: Iris van Herpen’s Inspiration’), Utrecht: Centraal Museum.

Deleuze, G. and Guattari, F. (1987 [1980]) A Thousand Plateaus: Capitalism and Schizophrenia, B. Massumi (trans), Minneapolis: University of Minnesota Press.

McLuhan, M. (2002 [1964]) Understanding Media: The Extensions of Man, London: Routledge.

Rocamora, A. and Smelik, A. (2015) ‘Introduction’ in Thinking Through Fashion: A Guide to Key Theorists, London: I.B. Tauris: 1-27.

Seely, Stephen D. (2013) ‘How Do You Dress a Body Without Organs? Affective Fashion and Nonhuman Becoming’, Women’s Studies Quarterly, 41: 247-265.

Sennett, R. (2008) The Craftsman, London: Penguin Books.

Seymour, S. (2009) Fashionable Technology: The Intersection of Design, Fashion, Science and Technology, Vienna: Springer.

Smelik, A. (2011) ‘The Performance of Authenticity’ in Address: Journal for Fashion Writing and Criticism, 1 (1): 76-82.

Smelik, A. (2012) Ik Cyborg: De Mens-machine in Populaire Cultuur (I Cyborg: The Human-Machine in Popular Culture), Delft: Eburon.

Smelik, A.  (2014) ‘Fashioning the Fold: Multiple Becomings’. In: R. Braidotti & R. Dolphijn (red.), The Deleuzian Century: Art, Activism, Society, Amsterdam: Brill Rodopi: 35-49.

Smelik, A.  (2015) ‘Gilles Deleuze: Bodies-without-Organs in the Folds of Fashion’ in A. Rocamora and A. Smelik (red.), Thinking Through Fashion: A Guide to Key Theorists, London: I.B. Tauris: 165-183.

Biografie

Anneke Smelik is hoogleraar Visuele Cultuur op de Katrien van Munster-zetel aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij publiceerde vele boeken en artikelen over mode, film, populaire cultuur en het cultureel geheugen. Ze is projectleider van het interdisciplinaire onderzoeksprogramma Crafting Wearables: Fashionable Technology.

Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.