Zeg Mode en Nederland en er doemt een beeld op van regenlaarzen, fietsen en verwaaid haar. Noch hier, noch in het buitenland leeft het idee dat Nederland en mode een erg vruchtbare relatie onderhouden. Toch is dat beeld volkomen onjuist. Als één land heeft bijgedragen aan de modernisering van de mode dan is het wel Nederland. Maar die bijdrage wordt pas zichtbaar wanneer je niet uitsluitend vanuit het perspectief van het systeem zelf naar de mode kijkt. Pas als we een wijdere blik durven werpen op het systeem van de mode wordt duidelijk hoe fundamenteel de invloed vanuit Nederland is op het mondiaal functioneren van de discipline.

Gewoonlijk richt de geschiedschrijving van de mode zich op de rol van ontwerpers. Om de bijzondere positie van Nederland in de internationale omgeving te typeren, heeft de canon van het Tijdelijke Modemuseum de positie van de gebruikers als uitgangspunt gekregen. Dat heeft alles te maken met de egalitaire sociale omgeving waarin de naoorlogse Nederlandse mode is ingebed. Meer dan de ontwerper is de drager van kleding hier de vernieuwer geweest. En op vele momenten blijkt de gebruiker zelfs een wegwijzer te zijn geweest voor mondiale ontwikkelingen. Deze speculatieve canon toont de internationale impact van Nederlandse huisvrouw in de jaren vijftig, van de Provo’s in Amsterdam, van de kraakbeweging, de clubbezoekers en van de internetpioniers die nieuwe modellen van lenen en delen ontwikkelen.

Geen fenomeen zo tijdelijk als mode. Het vakgebied bestaat bij de gratie van kortstondige waarheden. Wat nu passé is kan morgen toonaangevend zijn. Zelfs wanneer de discipline zelf dood wordt verklaard, zal dat nooit een permanent afscheid van de mode betekenen. In een omgeving waarin het tijdelijke zo overduidelijk regeert, is het moeilijk om een historische richtlijn, ofwel een canon te formuleren. En toch is dat precies wat deze tentoonstelling doet. Door het speculatieve karakter van de mode te projecteren op het verlangen van het museum om een historische ontwikkeling vast te leggen, wordt hier de canon van de Nederlandse mode geconstrueerd.

Reading Room Guus Beumer

In een tijd dat de geschiedschrijving van mode is gedelegeerd naar de pr-afdelingen van modehuizen doet Het Nieuwe Instituut een voorstel voor een open canon van de Nederlandse mode. Guus Beumer, artistiek leider van het Tijdelijk Modemuseum, nam op 8 oktober 2015 het publiek van de Reading Room mee door de Nederlandse modegeschiedenis.

Krant

In de tentoonstelling ligt een krant met uitgebreide teksten en foto's per thema. Een impressie van een van de thema's: De Straat (1965-1975)

Interview Frans Ankoné

De tentoonstelling bevat een kort interview met Frans Ankoné, art director & stylist. Ankoné vertelt over de periode '70-'90 aan de hand van zijn invloeden bij ontwerpersduo Puck & Hans, modeketen Mac & Maggie en tijdschrift Avenue. Hieronder de integrale versie van de interview met Georgette Koning. De film is gemaakt door Marit Geluk.

Interview met Frans Ankone

Tijdelijk Modemuseum
Guus Beumer
EventArchitectuur
Maureen Mooren
Moniker

Dit project maakt deel uit van de programmalijn De Dingen en De Materialen en het dossier Materiaalinnovatie.

Mode heeft stilzwijgend het idee van vernieuwing vernieuwd door het verleden telkens opnieuw te verkopen als toekomst. Dit staat in schril contrast met de gedachte dat vernieuwing altijd voortkomt uit technologische innovatie.